KARTUIZERKLOOSTER SAN LORENZO TE PADULA

 

Het oorspronkelijke deel van dit schitterende klooster dateert van 1306, toen Tommaso Sanseverino het voor de kartuizers liet bouwen, een oud rooms katholieke kloosterorde die in afzondering leefde, met als motto: “ Stat crux dum volvitur orbis”, het kruis staat stil terwijl de aarde draait.

Als u het klooster voelt u gelijk dat u in een heel andere wereld terecht bent gekomen. De kartuizer regels waren erg streng en vereisten een duidelijke scheiding tussen het voor hun werkzaamheden bestemde gebied, dus voorraadkamers, keukens, en stallen en de religieuze ruimtes waar de monniken in stilte leefden en zich uitsluitend aan contemplatie wijdden. Het gebouw is dus in twee compleet verschillende delen gesplitst, de “casa alta”en de “casa bassa”.

Hoewel het klooster in de loop der jaren steeds meer kunstwerken, beelden en nieuwe gebouwen kreeg en een indrukwekkend, elegant complex werd, bleef de belangrijkste doelstelling toch meditatie.

De kloostergang is de grootste van de hele wereld, omgeven door 83 gebeeldhouwde marmeren zuilen. Zeer fraai zijn ook de bibliotheek met de prachtige vloer van keramische tegels en talrijke kostbare boeken, de met magnifieke marmeren barokbeelden gedecoreerde kapellen, de vredige boomgaarden en natuurlijk de cellen waar de monniken vroege hun heerlijke rustige en vredige leven leefden. Dit prachtige rustige kartuizerklooster is erg groot en met 320 kamers het op een na grootste in Italië, na de Certosa (klooster) van Parma. Het wordt echter niet langer als klooster gebruikt, al sinds 1806, toen Napoleons troepen het plunderden en onteerden, zodat de monniken moesten vluchten uit het complex waar hun orde ruim 500 jaar had geleefd.

De enorme kloostergang van boven gezien.

De enorme kloostergang van boven gezien.

De prachtige kloostergang.

De prachtige kloostergang.

De in 1960 begonnen uitgebreide restauratie heeft het klooster en de bijgebouwen in hun oorspronkelijke glorie hersteld. Toen in 1534 Karel V in de Certosa te gast was werd ter ere van zijn bezoek een enorm omelet van duizenden eieren opgediend. Dit wordt elk jaar in september door de bewoners met een feestmaal herdacht, waarbij de “piatto forte”(hoofdgerecht) bestaat uit een omelet van duizenden eieren.

Nu biedt de Certosa plaats aan meerdere exposities, zoals het archeologisch museum met een collectie van alle arterfacten die tijdens de opgravingen in de nabije necropolis in Sala Consalina en Padula zijn gevonden.

Ook de plaats Padula zelf, met zijn interessante kerken, rotskapellen en prachtige natuurlijke omgeving, is zeker de moeite waard. Het oude stadje, hoog  op een berg boven de Certosa, met zijn smalle straatjes kronkelend over de steile hellingen die zo kenmerkend zijn voor dit bergachtige deel van Cilento en Vallo di Diano, een mooi landschap met een dichte begroeiing, waar revieren  met kristalhelder water doorheen stromen.

HET KONINKLIJK PALEIS VAN CASERTA: LA REGINA

 

Het 18e eeuwse Koninklijke paleis gebouwd als regeringszetel van het koninkrijk van Napels en Sicilië tijdens Karel VII is ontworpen naar het voorbeeld van het paleis in Versailles. Velen vinden de rijk gedecoreerde interieurs en de elegante tuinen mooier de Regina dan die van de Franse koningen.
Karel VII bewonderde de natuurlijke omgeving van Caserta bijzonder. Het paleis dat hij wilde laten bouwen moest hier kunnen wedijveren, zo mogelijk overtreffen. Daarvoor vroeg hij de zoon van de Nederlandse schilder Casper van Wittel, de in Napels geboren architect Ludwig van Wittel, die in Italië Luigi Vanvitelli werd genoemd, te participeren in dit ruim twee decennia durende project.
Het gebouw is 252 bij 202 meter en 41 meter hoog en telt 5 verdiepingen. De twee façades zijn geheel identiek, de ene met uitzicht op Piazza delle Armi en de andere op de tuinen.
Men begon de bouw in 1752 het is het laatste grote bouwwerk van de Italiaanse barok. Het telt 1200 vertrekken.
De uit een brok steen gehouwen, majestueuze trap met 116 treden leidt naar de 25 schitterende Koninklijke appartementen.

caserta_scalone.jpg
caserta03.jpg

Een klein maar fraai theater is zeker een bezoek waard.

Koning Karel zou nooit dit prachtige paleis bewonen. Hij vertrok, zeven jaar nadat hij de opdracht tot de bouw had gegeven, naar Madrid om als Karel de III de Spaanse troon te bestijgen

Vanvitelli ontwierp ook het 3 kilometer lange park. De tuinen met enorme gazons, vierkante bloemperken en schitterende water partijen. In het achterste deel van het park ligt de waterval “Cascate di Diana met aande voet de beeldengroep van Diana, Godin van de jacht.

Spectaculair is de Engelse tuinweelderig begroeid met inheemse en exotische flora. Ook ontwierp Vanvitelli het aquaduct om het park van water te voorzien. Het water wordt over een lengte van 41 kilometer van de bronnen Sfizzo, Bronzo Molinise, Duca, Matarano en Cannignano naar het paleis vervoerd.

Om in de kosten van het onderhoud te voorzien int het paleis vanzelfsprekend entreegelden. Maar het verhuurt zichzelf ook als plaats waar film-opnames kunnen worden gemaakt. Bekende films waarvoor opnames in het paleis van Caserta zijn gemaakt zijn: Mission Impossible III, Star Wars: Episode I: The Phantom Menace, Star Wars: Episode II: Attack of the Clones en recentelijk nog Ocean's Thirteen.

In 1997 is het paleis en de tuinen op de Wereld erfgoedlijst van UNESCO geplaatst.

Paestum

 

Paestum is de klassieke Romeinse naam voor Poseidonia, een belangrijke stad uit het oude Magna Graecia, het in de Oudheid door Grieken gekoloniseerde gebied in het zuiden van het huidige Italië. Het archeologische gebied heeft enkele van de mooiste en best bewaarde dorische tempelster wereld.  Het is nu een der belangrijkste archeologische vindplaatsen in Italië en ligt aan de kust, ca. 85 kilometer ten zuiden van Napels in de provincie Salerno. De indrukwekkende ruïnes van Paestum werden toevallig ontdekt rond 1750, toen koning Karel IV van Napels wegenwerken in de streek liet uitvoeren.

Geschiedenis

Het valt moeilijk aan te geven wanneer precies en om welke reden Paestum werd gesticht. De Griekse schrijver Straboon vermeldt dat Grieken uit Sybaris een versterkte nederzetting stichtten in de buurt van de monding van de rivier Silaros (nu de Sele, ca. 10 km. Noordwaarts van Paestum) en dat zij hun hegemonie tot in de omliggende gebieden hadden weten uit te breiden. Een andere antieke bron vermeldt dat aan het begin van de 7e eeuw v.Chr. Dorische inwoners van Sybaris, nadat zij door hun Achaeïsche stadsgenoten verdreven waren, hier een eigen kolonie stichtten. Deze stad werd Poseidonia genoemd, naar de zeegod Poseidon, omdat de zee, die zij onder de bescherming van deze god bevaren hadden, de bron van hun voorspoed werd.
De kolonie dankte haar ontwikkeling aan een gunstige geografische ligging op een kruispunt van handelswegen tussen de Griekse en de Italische invloedssfeer. In de loop van de 7e eeuw was de invloed van de Etrusken in de omgeving afgenomen, en kreeg Poseidonia de kans om haar hegemonie te vestigen, ten nadele van de oorspronkelijke bewoners, de Italische stam der Lucaniërs. De stad bereikte haar economische, politieke en culturele hoogtepunt, nadat de moederstad Sybaris verwoest werd door concurrent Crotona. Het is aannemelijk dat een groot gedeelte van de verdreven Sybarieten in Poseidonia niet alleen goed onthaald werden, maar ook dat zij met hun bezittingen en hun ervaring de economie van hun vroegere kolonie nieuwe impulsen hebben gegeven. Uit deze bloeiperiode dateren drie grote, goed bewaarde tempels en talrijke andere kunstwerken.

Rond 400 v.Chr. waren de oorlogszuchtige en ondernemende Lucaniërs, een Italisch volk dat oorspronkelijk uit de centrale Apennijnen kwam, in dergelijke mate geïnfiltreerd in het stedelijke leven van Poseidonia, dat zij de stad geleidelijk in handen konden nemen. Toch had hun overheersing in de 4e eeuw v.Chr. geen nadelige invloed op het economische en culturele leven van de kolonie. Integendeel, de rijpere Griekse kunst beïnvloedde veeleer de simpele Lucanische kunstproducten, zoals in het plaatselijke museum duidelijk geïllustreerd wordt.

Rond het einde van de 4e eeuw raakte Poseidonia betrokken in zware oorlogen tussen de Grieken in Magna Graecia en de Italische volkeren die nieuwe gebieden aan zee wilden veroveren. Terwijl de Grieken de inval van de Italische volkeren probeerden te stuiten en daartoe de hulp van het koninkrijk Epirus hadden ingeroepen, wisten de Romeinen hun invloed te vergroten en onder meer koning Pyrrhus van Epirus te dwingen het land te verlaten.
In 273 v.Chr. bezetten de Romeinen Poseidonia en veranderden zij de naam in Paestum. De stad werd gedeeltelijk geromaniseerd, en de inwoners kregen het statuut van socii. Zij werden voor Rome trouwe bondgenoten, die de Romeinen meermaals op belangrijke momenten te hulp kwamen, onder meer in de moeilijke oorlog tegen Hannibal. Dankzij deze trouw behield de stad tot de regering van keizer Tiberius onder meer het recht om haar eigen munt te slaan. Gedurende de Romeinse periode werden nieuwe openbare gebouwen neergezet, een forum werd aangelegd, en zo kreeg Paestum het definitieve uitzicht dat bij de opgravingen aan het licht kwam. De stad bleef ononderbroken in gebruik tijdens de Romeinse keizerperiode, maar begon vanaf de 4e eeuw in belang af te nemen, als gevolg van meerdere oorzaken. Strabo schreef dat het in zijn tijd ongezond leven was in Paestum, door de moerasvorming in de omgeving. De ontbossing van de naburige bergen (voor economische en militaire doeleinden) veranderde immers het stroomgebied van de rivieren drastisch, en werkte moerasvorming in de hand, zodat de malaria de gezondheid van de bewoners begon te ondermijnen. Bovendien had de aanleg van nieuwe wegen, die Rome directer via de Adriatische Zee met het Oosten verbonden, Paestum als verkeersknooppunt minder aantrekkelijk gemaakt.

Paestum rond 900

De stad kromp ineen tot een schamel dorpje rond de zgn. Ceres-tempel, die later in een christelijke kerk werd omgedoopt, en werd zelf helemaal verlaten tijdens de Middeleeuwen, nadat de inwoners in de 9e eeuw de naburige bergen introkken, op de vlucht voor de malaria en voor de Saraceense piraten. Na haar teloorgang werd zij nog enkel aangehaald door historici en dichters, die dan vooral verwezen haar prachtige rozen (bifera rosaria Paesti, die tweemaal per jaar bloeien).

Pas in 1752 traden de ruïnes pas opnieuw in de belangstelling, na de herontdekking van de Romeinse steden Pompeii en Herculaneum, toen in opdracht van koning Karel (IV) van Bourbon een weg (de huidige rijksweg nr. 18) naar het zuiden werd aangelegd.

Het huidige Paestum is een populaire toeristenplaats. De belangrijkste attracties vandaag de dag zijn de drie goed bewaard gebleven tempels in Dorische stijl, die dateren uit de eerste helft van de 6e eeuw v.Chr.. Hiervan zijn er twee gewijd aan de Griekse godin Hera en de derde aan Athena.

Bezienswaardigheden

De overblijfselen van het oude Paestum maken deel uit van het Nationaal park Cilento, een UNESCO Werelderfgoed sinds 1998.

Drie goed bewaard gebleven tempels in Dorische stijl bevinden zich alle binnen de ca. 5 km. lange stadsomwalling (15m hoog en 5 tot 7 m dik), en liggen aan de zgn. Heilige Weg (Grieks Ἱερὰ Ὁδός, Latijn Via Sacra), de voornaamste verkeersader van de Griekse en later van de Romeinse stad.

  • Deze Heilige Weg bestond reeds in de Griekse periode, maar heeft nu duidelijk Romeins plaveisel. Vanuit het stadscentrum liep hij ca. 12 km verder in noordelijke richting, tot aan het Hera-heiligdom aan de monding van de Sele. De oude Grieken wisten te vertellen dat dit Grieks heiligdom in mythische tijden werd gesticht door Jason en zijn Argonauten, die tijdens hun omzwervingen hier terecht kwamen en op deze manier de godin Hera wilden danken voor haar bijstand. De funderingen van dit heiligdom werden in 1934 ontdekt: men ontdekte veel waardevolle beeldhouwwerken die nu een plaats vonden in het Museum van Paestum.

  • Het meest zuidelijk ligt de tempel die traditioneel de Basilica werd genoemd. Het is de oudste van de drie tempels en hij werd rond 550 v.Chr. gebouwd in archaïsch Dorische stijl. Bij de ontdekking aan het einde van de 18e eeuw werd hij per vergissing Basilica genoemd. Het bouwwerk vertoont namelijk enkele hoogst ongewone stijlkenmerken die de archeologen op het verkeerde spoor zetten: het oneven aantal zuilen (9) aan de korte zijde, én de naos die in twee schepen is verdeeld, brachten hen op de gedachte dat het niet om een tempel ging maar om een burgerlijk gebouw van het basilica-type. (Bij de Romeinen was de basilica een openbaar gebouw zonder religieuze functie, dat werd gebruikt voor juridische, administratieve of commerciële doeleinden.) Dankzij recente vondsten van wijgeschenken weet men nu echter dat het een aan Hera (Juno) toegewijde tempel was, óf dat het gebouw althans deel uitmaakte van een Hera-heiligdom. Het grondplan vertoont 9 zuilen in de breedte tegen 18 in de lengte, een zeer uitzonderlijk gegeven in de Griekse architectuur. De naos werd door een zuilenrij in twee schepen verdeeld.

De tempel van Poseidon

  • Even ten noorden daarvan verrijst de majestueuze tempel die bij de ontdekking verkeerdelijk als Neptunus-tempel werd geïdentificeerd (of in het Grieks Poseidon, hetgeen de naam van de stad –Poseidonia- zou rechtvaardigen). De tempel werd rond het midden van de 5e eeuw v.Chr. gebouwd (en daarmee is hij een tijdgenoot van de Atheense Parthenon) in een opvallend zuivere Dorische stijl, en het is een van de best bewaarde Griekse tempels in Europa. De architect liet zich bij de bouw inspireren door de Zeus-tempel van Olympia, waarvan hij de harmonische verhoudingen heeft overgenomen. Het grondplan vertoont 6 zuilen in de breedte tegen 14 in de lengte (normaal 13) en de naos werd door twee zuilenrijen in drie schepen verdeeld. Het is nog steeds niet helemaal duidelijk aan welke godheid de tempel precies was toegewijd. Traditiegetrouw wordt hij nog vaak Neptunus-tempel genoemd, maar door de ontdekking van talrijke ex-voto’s en andere aanwijzingen neemt men meestal aan dat hij net als de zgn. Basilica aan Hera was toegewijd. Toch zijn er ook onderzoekers die het bouwwerk eerder als een Zeus- of zelfs een Apollo-tempel hebben willen identificeren.

De tempel voor Athene

  • Helemaal aan het andere eind van de Heilige Weg, op het hoogste punt van de stad, bevindt zich de tempel die traditiegetrouw (maar eveneens per vergissing) de Ceres-tempel werd genoemd. Hij werd rond 500 v.Chr. opgetrokken (dat wil zeggen net halfweg tussen de beide andere tempels van Paestum) en vertoont enkele uitzonderlijke stijlkenmerken: een zéér hoog fronton, en een unieke versmelting van de Dorische (buitenzijde) en Ionische (binnenzijde) stijlen. Het grondplan is zeer eenvoudig vergeleken bij de andere tempels, en vertoont de "normale" verhouding van 6 zuilen in de breedte tegen 13 in de lengte, terwijl de naos niet in schepen is verdeeld, en ook geen achterhal (opisthodomos) vertoont. De vondsten van verschillende Athena-beeldjes en een inscriptie met de naam Athena), laten vermoeden dat de eerste onderzoekers zich opnieuw vergisten, en dat de tempel aan deze godin was toegewijd. Deze veronderstelling wordt bevestigd door het feit dat hij zich op het hoogste punt van de stad bevindt, en ook in andere Griekse steden vindt men aan Athene gewijde tempels op het hoogste punt (cf. Athene, Sparta, ...). Aan de zuidkant van de naos werden christelijke graven ontdekt, een aanwijzing dat het gebouw in de eerste eeuwen van het Christendom als kerk werd omgevormd. In die tijd ontstond namelijk het dorp dat in de 9e eeuw ontruimd werd.

  • Een bezoek aan het archeologisch museum van Paestum is zeer de moeite waard, vanwege de vele vondsten uit vooral de Griekse periode van Paestum die hier zijn tentoongesteld. Hoogtepunt daarbij is de zogenaamde 'tombe van de duíker', een aan de zes binnenzijden beschilderde graftombe voor een (jonge?) man uit ca. 475 voor Christus. Eén van de afbeeldingen toont een man die van een duiktoren afduikt, op een andere afbeelding is een symposion te zien. De kleuren van deze schilderingen zijn ongewoon goed bewaard gebleven, en de tombe vormt één van de zeer zeldzame voorbeelden van Griekse schilderkunst.

Het museum.

Het Museo Archeologico Nazionale is een must, met als prachtstukken de beschilderde Griekse graftombes uit de 5e en 4e eeuw v Chr. met realistische scènes uit het dagelijks leven, zoals ruiters die terugkeren naar hun gezin of rouwende mannen die het lichaam van een gevallen vriend afleggen. Misschien wel het beroemdste van alle fresco’s is het graf van de Duiker. Zijn duik symboliseert dat hij afdaalt, waarvan men aanneemt dat dit de overgang van het leven naar de dood uitbeeld."

SAN SEVERINO

 

SAN SEVERINO

Het, op een hoge bergtop gelegen, dorp San Severino is in het midden van de vorige eeuw geheel door haar inwoners verlaten. Velen van hen verhuisden naar  lager gelegen dorpen omdat deze beter bereikbaar waren. De hooggelegen, en dus makkelijk te verdedigen ligging, van het dorp was vroeger een zegen tegen de vele invallen van plunderende piraten. In de 20e  eeuw werd de hoge ligging echter een probleem. Gemotoriseerd vervoer kon er nauwelijks komen. Zo ook was het dorp verstoken van alle vormen van openbaar vervoer.

De grote werkloosheid dreef ook hier de jonge mannen naar het noorden.

Nadat het dorp verlaten hebben er vele plunderingen plaats gevonden. Niet in de laatste plaats door de oud bewoners zelf. Zij “hergebruikten” de bouwmaterialen voor hun stallen in het land

Het dorp is opgedeeld in twee bergpunten: één deel waar het de ruïnes staan van het kasteel en de kerk en het andere deel waar de restanten van de huizen van de inwoners staan.

Vanuit het oosten rijst als een enorme muur de berg op van uit de rechter oever van de Mingardo terwijl op de linker oever de Monte Bulgheria staat, die haar naam dankt aan de Bulgaarse huurlingen die onder leiding van de hertog Alzek in het begin van de 17e eeuw van uit het oosten eerste Molise en vervolgens Paestum en Policastro veroverde.

De diepe kloof tussen beide bergen wordt Gola del Diavolo )Devil’s Throat) genoemd. De positie van San Severino was strategisch gezien briljant: nagenoeg niet te veroveren en volledige macht over de omringende dalen.

De vallei van San Severino werd van 1077 en 1189 beheerst door de Normandiërs en viel van 1189 tot 1268 onder de jurisdictie van de Zwaben en vanaf 1435 opgevolgd door Anjou.

Er zijn nog sporen gevonden van de daarop volgende periodes, die van de Longobardi (Lombardi), de Angioino (Anjou) en de Aragonesi (Aragon).

Aan het eind van de Aragonese dynastie, na een korte periode van verdeeldheid, werd dit deel van Zuid-Italië in het eerste helft van de 17e eeuwdeel van  verenigd onder de heerschappij van de Spaanse monarchie.

In 1227 werd het leengoed/domein San Severino overgedaan van Tomasso San Severiono aan Koninklijke Curie.

 

Costa degli Infresschi e della Masseta

zomer 2010 a 103.JPG

Dit deel is alleen per boot bereikbaar. Regelmatige bootdiensten brengen u er naar toe en halen u weer op.
U kunt natuurlijk ook zelf een boot huren.

Langs de hele kust zijn er zand- en kiezelstrandjes en prachtige afgelegen baaitjes met kristalhelder water. In het voor-en naseizoen heeft u de stranden vrijwel voor uzelf. De stranden behoren tot de schoonste van heel Italië en zijn bekroond met de Bandiera Blu. De meeste stranden zijn vrij toegankelijk.

 

Capelli di Venere

20160717_134718-1280x640.jpg
 

Via Nazionale, 84030 Casaletto Spartano SA, Italië

 Capelli di Venere (De haren van Venus), ideaal voor een zomerse dag die een beetje anders is dan anders. I Capelli di Venere, dompelt u onder in het groene hart van een van de meest ongerepte deel van Cilento. U vindt het nabij Casaletto Spartano, een klein dorp met iets meer dan 1.400 inwoners, dat een van de mooiste natuurlijke schatten van Italië herbergt: een prachtige serie watervallen die uit de wateren van de rivier de Bussentino komt, een zijrivier van de Bussento-rivier.
U neemt de provinciale weg naar Casaletto Spartano. De weg is rustig met weinig verkeer en geeft je een voorproefje van de schoonheid van deze omgeving: hoge dennen, groene flora. Eenmaal ter plekke, parkeer je auto voor de openbare fontein/watertapplaats en volg je het pad en de trap die je naar de juiste plek leiden. Met een bijdrage van 2 euro heb je een dag gratis toegang.
Als je eenmaal een beetje aan de kou van het water bent gewend loop je door de beek. Het te volgen pad kan vrij lang of heel kort zijn, het is aan jou om te kiezen. Je kunt de trap nemen om bij de bron te komen, of blijf langs en door de rivier lopen. Dit is best goed te doen. De dappersten onder jullie zullen in staat zijn om de rivier te “bewandelen” Wij hebben het wel gedaan en het is het echt de moeite waard (zie de foto’s). Je ontdekt verborgen spleten, kleine watervallen die opgaan in het gebladerte en de kiezels, kleurrijke bloemen en libellen van gigantische proporties.
Het bezoek aan Capelli di Venere is zeker een must voor degenen die naar Cilento komen en een andere dag willen doorbrengen dan allen op het strand.

 

 

Dorpen in de buurt

Scario



Historie
Scario, gesticht in het Griekse tijdperk, waarvan de naam “Skarios”getuigt,(wat kleine scheepswerf betekend) werd in 197 voor Christus een Romeinse nederzetting. In deze periode was Scario, dat toen onderdak bood aan Marcus Tulius Cicerone, fameus vanwege haar visproducten(garum : soort vissaus)
Na,eerst in 450 na Christus  door de Vandalen en later in 915 door Saracenen te zijn verwoest, verschijnt Scario uit de duisternis van de middeleeuwen in 13e eeuw toen het deel uitmaakte van het Graafschap Policastro.
Zoals vele andere nederzettingen aan de Golf van Policastro, is Scario in 1534 en 1552 verwoest door Turkse piraten.  In deze periode was Scario beroemd vanwege zijn vakmanschap om schepen te bouwen en te repareren. Zij werden “calafati genoemd. (denk aan het nederlandse op kalafateren)
In deze periode werden ook de kustwachttorens, “Torre Garigliano” en “Torre dell’Olivo gebouwd.
Het dorp kreeg aan het eind van de 18e eeuw zijn huidige vorm dankzij de aristocratische families van San Giovanni a Piro, die er hun zomer residenties bouwden. In het bijzonder de graaf van Carafa, deze die “La Casa Contessa”, liet bouwen.

 Additioneel aan Scario’s schitterende kust, de Masseta, zijn de kerken SantÁnna en Immocolata.
In de Immocolata bevindt zich een beeld welke werd geschonken door  de kapitein van een vaartuig dat maar nauwelijks ontsnapte aan een schipbreuk.
Deze gebeurtenis, “de mislukte schipbreuk” wordt elk jaar, ’s avonds, op 10 augustus met een scheepsprocessie herdacht.

 


PALINURO

Een voor de zeevaart belangrijk oriëntatiepunt in deze omgeving is de in zee liggend Capo di Palinuro.
Dat dit al heel lang zo is bewijst de Griekse geschiedenis van Äneas. Na een zware storm op zee en de rotsige kust in zicht viel de stuurman van de Äneas uitgeput in slaap. Toen een hoge golf van de ruwe zee hem ter dood bracht gaf men de rots zijn naam: Palinuro.
Nu is Palinuro een temperamentvolle badplaats met een jachthaven achter de rotsen, mooie stranden, een middeleeuws kasteel, Castello di Molpo(15e eeuw) en de grotten die de zee met onvermoeibare werklust in de rotsen van Capo di Palinuro uitgesleten heeft.

 U kunt de “Zilvergrot”, de “Bloedgrot”en de “Blauwe grot”,wiens naam aan de verschillende kleuren blauw ontleend is, bezoeken. De “Monniksgrot”daarentegen draagt haar naam omdat de, in de loop der tijd ontstane stalagmiten  voor monniken werden aangezien.
Alle grotten zijn alleen per boot te bereiken welke alleen bij rustig weer varen.

 

Villammare

Het dorp Villammare is, van oorsprong, de natuurlijke haven van, het meer inlands gelegen, Vibonati.
Het dorp verscheen op de kaart in begin 19e eeuw toen de weinige kleine vissershuizen, gekluisterd rond La Chiesa di Santa Maria di Portosalvo en de uit de 16e eeuw stammende “Torre Petrosa”, zich op eens in gezelschap van de zomer residenties van de welgestelde families van de omliggende dorpen mocht verheugen.
Ook vandaag de dag wordt de boulevard gekenmerkt door elkaar afwisselende povere vissershuisjes en dure villa’s.
Aan de oost en de west zijde van het dorp vindt men fraaie stranden.

Villammare is vermaard om zijn schitterende zonsondergang.

v4.jpg


Wanneer u Villammare vanaf Sapri binnen rijdt ziet u een kloof achtige doorgang. Op de rotsen bevindt zich de kapel van La Madonna di Portosalvo.

In het dorp treft u, naast vele oude huizen ook een ode toren aan, die stamt uit de tijd dat Villammare veelvuldig werd aangevallen door vijandelijke legers en piraten. Nu woont er een welgestelde familie.
Eén van de belangrijkste feesten van Villammare is het feest van de Madonna dat op de eerste zondag in augustus wordt gevierd. Het feest speelt zich voornamelijk af op zee. Op een, met bloemen versierde, boot staat een beeld van de Madonna.
Vele andere boten volgen. De mensen zingen liederen waarin zij de Madonna bedanken voor de overvloedige visvangst.

 Torre Pretosa
De aanvallen van Turkse piraten, die volgden op de rooftochten van de Saracenen uit Afrika, die eeuwen lang de bevolking van de Cilento kust terroriseerden, heeft de onderkoning van Napels, de Spanjaard Don Pedro di Toledo, een verordening doen uitvaardigen, dat zich als doel stelde de maritieme garnizoensplaatsen te versterken en langs de kust, een serie fortificaties te bouwen, die de bewoners bescherming zouden bieden tegen deze invallen.
Dit plan werd door de, volgende, onderkoning van Napels Don Pedro de Ribera in 1563 uitgevoerd. Hij liet aan de kust een, ononderbroken keten van, torens bouwen die elkaar konden zien zodat wanneer er gevaar dreigde ze elkaar snel, middels seinen, konden waarschuwen.
Nadat de aanvallen van de roofzuchtige Turken waren beëindigd dienden “Le Torre Costiere”(kusttorens) als een soort “cordone sanitario”(een gezondheids muur) tegen de verschrikkelijke pest epidemie van 1656.
In de achteréénvolgende eeuwen doet “La Torre delle Petrosa”, samen met de andere torens in de omgeving, als schuilplaats voor de Cilento samenzweerders (1828).
Tijdens de 2e wereld oorlog dienden de torens als uitkijkpost voor de Duitse en Italiaanse soldaten.
Vele torens, de één in betere conditie dan de andere, zijn nu nog te bewonderen langs de Cilento kust.

 

Maratea

De kleurrijke steden en dorpjes aan de Amalfikust laten je heerlijk wegdromen, maar enkele honderden kilometers zuidelijker vind je een onbekender maar minstens zo mooi pareltje: Maratea.
Maratea zelf is een knus, mooi stadje waar genoeg te beleven valt, met aan weerszijden prachtige steenstranden met kristalhelder zeewater. Het is een relatief rustig kustplaatsje waar je volop kunt genieten van de schoonheid van de zee en de ongerepte natuur. Fiorella laat lezers die op zoek zijn naar een verrassende en mooie plek meegenieten van deze onbekende parel aan de Tyrreense Zee.
‘Maratea ligt in het diepe zuiden van Italië, in de regio Basilicata (in de provincie Potenza). Het is een favoriete vakantiebestemming van de Italianen zelf. ‘s Zomers zijn er vooral veel noordelingen te vinden, die warme steden als Milaan en Verona verruilen voor het strand en de bergen. Veel buitenlandse toeristen zal je hier weinig aantreffen.
Onderweg naar het strand is het al een hele beleving om naar buiten te kijken. Voordat je de kust bereikt, moeten er namelijk heel wat kilometers afgelegd worden door een hooggelegen en bosrijk gebied.

DSC_0170.JPG
carruba.jpeg



Maratea, dat boven op de berg ligt, staat ook wel bekend als ‘de stad van de 44 kerken’. Er zijn in het centro storico meer dan veertig kerken en kapellen te vinden, zowel groot als klein. Deze kerken zijn ’s avonds heel mooi verlicht en geopend voor publiek. Het is zeker een aanrader een van de kerken op het grote, centrale plein te bezoeken. Zorg alleen wel dat je op de juiste manier gekleed bent voordat je de kerk in gaat.

 Tevens staat Maratea bekend om het grote beeld van Jezus dat op de top van de Monte San Biagio staat, vlak bij de stad. Het eenentwintig meter hoge beeld is, op dat van Rio de Janeiro na, het grootste Christusbeeld ter wereld.

155063314.jpg
Maratea-4.jpg
Maratea-2.jpg


Maratea is een grote gemeente die bestaat uit verschillende frazioni (deelgemeenten) waar diverse stranden te vinden zijn. De kustplaats staat bekend om de grote rotsen die de baaien van elkaar scheiden. Er is geen lange, rechte kustlijn waar je van lido naar lidokunt lopen; andere stranden zijn alleen bereikbaar met de auto.

Zelf ga ik altijd naar het strand in Marina di Maratea, bij Lido ‘La Bussola’. Het is een klein strand, met circa dertig parasols en een klein stuk waar je vrij kunt liggen. Een parasol en twee ligstoelen kost hier ongeveer twintig euro per dag.

Het is een smalle baai met een aangrenzende rots. Overigens is het geen zandstrand, maar een strand met hele kleine zwarte steentjes (die eigenlijk net zo fijn zijn als zand). Er is een kleine strandtent waar je (op aanvraag) van een lekkere lunch kunt genieten die door de vrouw des huizes bereid wordt. Er zijn ook douches en toiletten en er kunnen kano’s en waterfietsen gehuurd worden.

Doordat het strand omgeven wordt door rotsen staat er vrijwel geen wind. Dit kan in de maanden juli en augustus zorgen voor hoge temperaturen, die soms oplopen tot meer dan vijfendertig graden. Door de warmte zijn de dagen op het strand heel lang. Vaak zitten er nog mensen tot acht uur ’s avonds. Er hangt een prettige en ontspannen sfeer en het echt een aanrader voor de vakantiegangers die liever niet naar massale en toeristische stranden gaan.

DSC_0156.JPG
ACQUAFREDDA.jpg
Maratea-zee-4.jpg


’s Avonds komt de stad tot leven en gaan zowel de toeristen als de lokale bewoners het huis uit voor een passeggiata (wandeling). De winkels zijn nog tot laat open en er is een zeer breed aanbod van restaurants. Grote winkelketens zijn er niet te vinden, maar er zijn allerlei kleine winkels met lokale producten zoals aardewerk en delicatessen. Ook in de frazioni zijn veel restaurants te vinden. 

Op weg naar Maratea (vanuit de richting Lagonegro) vind je langs de weg een klein winkeltje waar peper, knoflook en andere gedroogde groente in strengen aan de rand van het dak hangen. Verse groente en fruit zijn daar tegen een betaalbare prijs te koop. Bovendien verkopen ze er diverse lokale delicatessen, is er een klein barretje en een vitrine vol met kazen en worsten waar je je aan kunt verlekkeren. Ze maken ook graag een lekker broodje voor je. Ideaal om hier even te stoppen voor je naar het strand gaat, zodat je kunt genieten van een heerlijke lunch aan zee!

Ten zuiden van Maratea liggen de wat meer toeristische stranden, waaronder die van Tortora en Praia a Mare. Er zijn boulevards en ’s avonds is er veel entertainment. Voornamelijk jongeren en gezinnen met kleine kinderen gaan hierheen, want in de buurt is ook het waterpark AquaFans Praia a Mare.

Naast alle rotsen en kleine grotten aan het strand, kun je ook een bezoek brengen aan La Grotta delle Meriviglieeen zeventig meter lange grot die alleen in de zomer bezocht kan worden. Vraag ter plaatse bij het informatiepunt voor toeristen naar meer informatie.